Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

MET DE BESCHRIJVING VAN WAARSCHIJNLIJK HET ZONDERLINGSTE VAN ALLE WONDERBAARLIJKE GEBEURTENISSEN UlT DIT BOEK; MET EEN BESCHOUWING OVER HET AMSTERDAMSCHE DAM-VRAAGSTUK, IETS OVER HET PALEIS-RAADHUIS OP DEN DAM; MET EEN ERNSTIG AVONTUUR, WAARVAN DE GEVOLGEN NIET TE OVERZIEN GEWEEST ZOUDEN ZIJN, INDIEN TOBIAS ER GEEN BELANGRIJKE ROL IN GESPEELD HAD. WELKE HET ONHEIL WEER IN ORDE BRENGT.

ET was in deze dagen, dat men in verschillende Amsterdamsche kringen druk in de weer was met de hangende plannen, om van het beroemde paleis

m op den Dam weer het Amsterdamsche Stadhuis te maken, voor welks doel dit prachtige gebouw door den oorspronkelijken bouwmeester Jacob van Campen in 1670 bestemd was.

De gemeenteraad van Amsterdam had zich in meer dan één vergadering met de kwestie bezig gehouden, hoe men voor de hoofdstad des lands toch een behoorlijk stadhuis, met ruime vergaderzaal, ook een feestzaal, waar men aanzienlijke gasten ontvangen kon, noodig had. Burgemeester en Wethouders hadden voorgesteld, een commissie in het leven te roepen, waarin zoowel kunstenaars en geschiedkundigen, als mannen van de praktijk zitting zouden hebben, ten einde verslag uit te brengen over de

Sluiten