Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruikbaarheid van het beroemde, oude, monumentale bouwwerk als hedendaagsch raadhuis. Doch ook de burgerij, in haar uiteenloopende samenstelling, toonde een levendige belangstelling in de verschillende plannen, en het scheen wel of de meerderheid ervan veel voelde voor het weer in gebruik nemen van het gebouw, dat in de laatste eeuw daar in het hart van de drukke stad ongezellig leeg stond, slechts tot verblijfplaats dienende van een troepje lummelende soldaten, die den tijd zoek brachten met een onwetenden vreemdeling of een plaagzieken straatjongen van de kleine steentjes te weren. Doch ook de kunstgenootschappen bemoeiden zich met de zaak; zij hadden deftige en heftige, betuigende en overtuigende verzoekschriften ingediend, om aan Amsterdam zijn eigen stadhuis terug te geven, en daar niet dit doode, leege paleis een-en-vijftig weken in den dommel te laten staan, om het slechts één week per jaar met koninklijken luister te vullen, doch het weer te verheffen tot zijn eigen bestemming van te zijn het glorierijke stadhuis van 'slands eerste stad.

Omdat de aangelegenheid in deze dagen, waarin ons verhaal speelt, werkelijk sterk aan de orde was, kon men — bij oplettende waarneming - voortdurend belangstellenden zien, terwijl zij meer dan gewone opmerkzaamheid aan het Paleis op den Dam wijdden.

De eene keer was het een groepje gemeenteraadsleden, die, met het oog op het ter agenda van de eerstvolgende raadsvergadering te verschijnen punt van bespreking, er blijkbaar prijs op stelden, zich ter plaatse nog eens op de hoogte te brengen omtrent den stand van zaken. Een andermaal waren het een aantal leden van het een of ander bouwkundig genootschap, die druk bewerend daar op den Dam bijeen gekomen waren en elkaar met technische opmerkingen al de voortreffelijkheden van hun argumenten voorhielden.

Of wel eenige hooggeplaatste ambtenaren waren het, die geheimzinnig het groote plein betraden, ernstig naar het gebouw keken, eenige malen wandelden over het slordige mozaïkwerk, waaruit de vloer bestaat van den Dam; om dan ijverig aan-

Sluiten