Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

even de oogen uit, of hij wel waakte, en of het niet in slapenden toestand was, dat hij daar dit ongelooflijk visioen voor zich zag. Ieder hunner kneep zich zelf eens flink in den arm, hetgeen zelfs de meest verstandige lieden wel plegen te doen, wanneer zij niet de volle zekerheid hebben omtrent de juistheid van hun waarnemingen. Daarna keken zij elkaar met van verbazing open-gespalkte oogen aan.

— „Maar . . .!", stamelde de een.

— „Wel . . .1", hakkelde de ander.

— „Wat . . .!", stotterde de derde.

Toen zij eikaars stemmen vernamen, scheen er geen twijfel meer, dat wat zij daar voor zich zagen géén verbeelding was.

Inderdaad zou ieder ander in hun plaats eveneens getwijfeld hebben aan zijn eigen waarnemingsvermogen.

— "DjfMs een ramp!", zuchtte de eene ontroerd.

— „Het is verschrikkelijk!", stootte de ander uit.*

— „Het is onherstelbaar!", hijgde de derde.

Toch bleven de drie heeren zichzelf geheel meester; tenminste naar hun uiterlijk te oordeelen. Het waren drie mannen, die in hun hooge betrekkingen gewend waren, dat op elk hunner woorden en gebaren acht werd geslagen, die dus de gewoonte hadden weten aan te nemen, zich onder alle omstandigheden te beheerschen.

Ditmaal waren zij tegenover elkaar even hun statigheid kwijt geraakt. Doch het schouwspel was waarlijk ook te ongewoon!

Aanstonds waren de drie heeren zich zelf echter weer meester. Zij staarden niet meer naar het verschijnsel, dat hen daar juist zoo hevig had doen ontroeren; doch in eikaars nabijheid zochten zij den steun en de kracht, welke onder sommige omstandigheden den eenzamen mensch dreigen te ontzinken. In dit geval hadden deze drie mannen van aanzien en gewicht eikaars raad en hulp noodig. En bijna gelijktijdig spraken zij de woorden, die het koele verstand zelfs bij zulke gelegenheden weet te vinden.

— „De brandweer moet geroepen!", zei de eene haastig.

— „De politie moet gealarmeerd!", zei de ander zenuwachtig.

Sluiten