Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scherven der ruit opgenomen en ze stuk voor stuk aan elkaar gepast, zoodat daar tot zijn eigen verwondering de winkelruit weer heel was geweest, en de telefonisch ontboden politieagent niet beter , had weten te doen dan niet hem, Tobias, doch den kruidenier te arresteeren!

Na dit op toovenarij gelijkende wonder, om die gebroken winkelruit weer onzichtbaar te herstellen, had Tobias de proef genomen met het breken van het bordje; ook hiervan had hij de scherven weer aan elkaar laten hechten. Toen hij dan eindelijk de proef op de som had willen nemen door de scherven van de kostbare Japansche vaas van Tante Drees weer aan-een te laten hechten, was zijn strenge vader hem midden in zijn succesvollen arbeid overvallen; — zonder welke ontijdige tusschenkomst de jongen de stellige overtuiging had, dat hij zeker geslaagd zou zijn, ook die vaas weer zóó te herstellen, dat er zelfs geen spoor van een barstje zou zijn overgebleven.

— „Maar ben ik dan een toovenaar, of ben ik misschien begaafd met een wondermacht?", zoo zat Tobias daar op het kamertje zijn overspannen hersens om te woelen.

Hij moest het haast zelf gelooven, — indien hij niet te verstandig geweest ware, om aan het bestaan van zulke geheimzinnige machten te gelooven! Daarmee echter was hij niettoteenoplossinggekomenvandevraag. Er hadden in de laatste dagen telkens onverklaarbare gebeurtenissen plaats, en bij elk van die gebeurtenissen had hij, Tobias, op de een of andere wijze, een rol gespeeld. Dit moest hem toch te denken geven! Bovendien vertoonden al deze wonderlijke verschijnselen zich van denzelfden aard: óf de personen uit zijn omgeving verstijfden geheel, soms gedeeltelijk, óf de voorwepen, waarmede hij in aanraking kwam, kleefden zóó hecht, dat er geen verwikken noch verwegen aan was.

Die geheimzinnige invloed — zoo redeneerde de jongen verder — kon slechts van hem zelf uitgaan.

Sluiten