Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neer. En zijn verwarde hersenen, die hij al zoo moeilijk tot redelijk denken had weten in te spannen, kon hij nu niet meer bedwingen, zoodat het door zijn jongenshoofd stormde van het eene dolzinnige plan op het andere.

Hij stond daar voor het raam van het logeerkamertje en keek uit over den reeds avond-donkeren tuin, over de daken van de huizen van de andere gracht, tot nog veel verder over de stille rustige stad, waarboven de inmiddeis reeds opgekomen maan haar vredig, zilveren licht liet schijnen.

Tobias had hier meer gestaan, omdat hij van dit verre uitzicht door het venster van het hooge dakkamertje in Tante's huis, zoo veel hield.

Hij kon van hier zelfs zien tot het Paleis op den Dam, waarvan hij den hoogen, statigen koepel als een donker, fijn-uitgesneden silhouet tegen den nachthemel duidelijk zag uitkomen.

Hij keek er nu ook weer, naar, maar zonder aandacht, omdat zijn hoofd nu vol was met de onsamenhangendste plannen.

... Maar wat was dat?...

Tobias was eensklaps tot de werkelijkheid teruggekeerd door hetgeen hij daar voor zich zag!

De groote koepel van het Paleis op den Dam, die daar anders als een groote hooge diadeem zoo prachtig den zwaren onderbouw van het paleis kroonde, dat fraai-geteekende, indrukwekkende en toch luchtige koepeldak op zijn slanke pilaren, dat kunstige klokkenwerk met den sierlijken windwijzer in den vorm van het Amsterdamsche Koggeschip, dat wonderlijke samenstel van carillonklokken, dat heele gevaarte... het stond scheef!

Het stond zóó scheef en helde zóó angstig opzij, dat het Tobias in het eerste oogenblik voorkwam, of hij daar in de verte een scheepsromp zag zonder masten of tuigage, in de branding van een stormachtige zee over stag gevallen. Doch de avond was wind-stil en Tobias behoefde zijn verbeeldingskracht met te laten werken, om zich den koepel als een ontredderd schip voor te stellen. Hij mocht geen oogenblik twijfelen, of hetgeen hij

Sluiten