Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kroon omhoog hief, welk sieraad eeuwen geleden door Keizer Maximiliaan aan de stad verleend werd; van de driehoekige kappen aan voor- en achtergevel wist hij hoe de voorkant met zijn verschillende meer dan levensgroote beelden de Amsterdamsche Stedenmaagd verbeeldde, met de keizerlijke kroon op het hoofd, een olijftak in de rechter-, en een op de knie rustend wapenschild in de linkerhand houdende, terwijl op de lijst drie metalen beelden zich verhieven, twaalf voet hoog, voorstellende den Vrede met een palmtak, Mercurius met een slangenstaf, de Voorzienigheid en de Rechtvaardigheid; hij kende ook de beteekenis van den wereldbol-torsenden reus Atlas aan den achterkant van het gebouw.

Hoe nu, zou het gewicht van meer dan drie eeuwen het oude, roemruchtige gebouw te zwaar zijn geworden, zoodat het, ten spijt van dezen Atlas, den toren met het kunstig uurwerk en welluidend klokkenspel niet meer vermocht te blijven torsen?

Doch dit zou een onherstelbare ramp zijn!

En sedert wanneer stond de, op nog slechts één punt balanceerende koepel er zoo?

Dit kon nog niet lang zijn, meende Tobias; want den heelen middag was hij langs de straat geweest, hij zou dus stellig wel iets gehoord hebben over een dreigend ongeluk met zulke onberekenbare gevolgen. En hoewel hij door zijn vader naar zijn kamertje was verbannen, begreep de jongen toch wel, dat deze geheele avond, dien hij hier boven in afzondering had doorgebracht, niet zoo rustig verloopen zou zijn, indien daar, eenige grachten en straten van zijn tante's huis verwijderd, zulk een instorting dreigde. Bovendien vernam de jongen geen enkel geluid buiten; het was een rustige, stille avond; in het huis van tante moest iedereen na den bewogen dag reeds ter ruste zijn;.doch ook op straat bleef het stil.

Tobias herinnerde zich, hoe hij in den loop van den avond, dien hij hier in gepeins had doorgebracht, het welbekende carillon van het Paleis op den Dam een van zijn gewone, vroolijke klok-

Sluiten