Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenwijsjes had hooren spelen; zelfs herinnerde hij zich, hoe, hij nog niet lang geleden in zijn verwilderde gedachten was opgeschrikt door de langzame, dreunende slagen van het heele uur, en hoe hij toen uit gewoonte de bómmende tonen had mee geneuried, en tot elf had geteld.

Hetgeen hij daar voor zich zag, het scheuren van den Paleiskoepel, moest dus pas kort geleden gebeurd zijn!

Vol angst in het hart bleef Tobias ingespannen kijken naar dien scheven, achter-over hellenden koepel.

Wat zou er gebeuren? — vroeg hij zich andermaal af.

Zouden de late voorbijgangers op straat het onheil reeds bemerkt hebben ? Of zouden de wandelaars daar nog argeloos voorbij het Paleis gaan, de late trams nog daar langs glijden, de onverschilige schildwacht er voor het gebouw op-en-neer slenteren?

Doch misschien had dit akelig schouwspel reeds honderden te zamen doen stroomen! Het was wel laat in den avond, doch Amsterdam is 'savonds of 'snachts nooit uitgestorven; wellicht dromden de angstige burgers aan het einde van den Dam bijeen, wachtend op het ontzettende oogenblik, als de koepel met oorverdoovend geraas omlaag zou storten!

Wat zou de politie doen?... Zouden de agenten alle toegangsstraten, die op den Dam uitkomen, afzetten, teneinde zooveel mogelijk te beletten, dat onvoorzichtigen het zwaarbedreigde gebouw naderden, en aanstonds, wanneer het onafwendbare onheil ging gebeuren, onder de brokken steen vermorseld mochten worden? Of zou de brandweer gealarmeerd zijn, om in dezen hoogsten nood redding te brengen?

Maar, wat zou de kranige Amsterdamsche brandweer tegenover zulk een dreigement vermogen uit te richten?

De kolossale koepel liet zich maar niet zoo schragen, of schoren met eenige stutten en balken! Het was maar niet zoo een karweitje, waarvoor men „Sincks" toestel liet ontbieden; noch waarbij men met een paar kabels en katrollen het gevaarte weer recht kon zetten! Bovendien, hoe scherp Tobias ook keek. hij zag geen brand-

Sluiten