Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouderlijk huis, geen gelegenheid was geweest, iets mee te nemen naar de gastvrije woning van Tante Drees; daarenboven loopen er wel meer jongens bij den weg met gescheurde broeken; en ten overvloede droeg Tobias een buis, dat gelukkig lang genoeg was, om het ontbrekende deel van zijn beenbekleeding te bedekken.

In deze broek zat de zak, en in den rechterzak bevonden zich de korreltjes en kruimpjes van de geheimzinnige kleefstof!

Dit was immers het eenige wat hij op zijn nachtelijken tocht noodig had.

Hij begreep, dat het onder deze omstandigheden beter was, dat zijn huisgenooten niet wakker werden. Hij wilde zijn zonderling geheim volstrekt niet verklappen, en een andere verklaring geven voor zijn reddingspoging aan het benarde Paleis op den Dam had hij zoo vlug niet bij de hand.

Hij droeg, nu hij de gevaarlijke gevolgen kende van de kleefstof, wel zorg, dat hij zijn hand niet in zijn zak stak; hij had hier in huis reeds onheil genoeg gesticht; er kleefde overal reeds genoeg! Nu hij de macht van de kleefstof kende, nam hij zich wel voor, er uiterst voorzichtig mee om te gaan.

Behoedzaam draaide hij de kruk van de deur van zijn kamertje om, sloot zoo zachtjes mogelijk de deur weer achter zich. Op zijn teenen sloop hij de trap af, stapje voor stapje gleed hij over het portaal van de slaapkamer-verdieping. Onder de deur van tante Drees' kamer zag hij een felle lichtlijn; daar moest het licht nog op zijn. Terwijl hij langs haar kamer ging, hoorde hij stemmen; eerst die van zijn vader: — „Is er gevaar, dokter?" en daarop een vreemde stem, die antwoordde: — „De juffrouw is volkomen normaal; alleen schijnt ze door een plotselinge spraakbelemmering getroffen te zijn!"

Tobias wist reeds genoeg; hij wist ook wel welke de verklaring was van deze plotselinge spraakbelemmering: een gevolg moest het zijn van de nabijheid van zijn hand, die hij dien middag even voor tante Drees' mond had gehouden, om haar spelenderwijs

Sluiten