Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Raadhuisstraat en N.Z. Voorburgwal kon hij door de hoogte van het gebouw den koepel niet zien; wel zag hij tegen de lichte nachtlucht "de onder het gewicht van den aardbol gebogen gestalte van den torsenden Atlas. Doch deze stond onberispelijk recht en scheen daar nog altijd, na vier eeuwen op zijn verheven standplaats, onvermoeid te zijn.

Tobias haastte zich dus de nauwe Paleisstraat door. Het Damplein scheen geheel uitgestorven; hij zag op dat oogenblik geen levend wezen op het ruime plein, dat er doodsch, vreemd en leeg in het bleeke maanlicht lag. Aan den huizenkant staande, in de zware schaduw van het kleerengebouw, hief hij zenuwachtig het hoofd omhoog, om den Paleis-koepel te ontwaren.

O! Het was geen spel der verbeelding geweest!

Hij zag nu, staande dicht aan den voet van het reusachtige Paleis, hoe de slanke geweldige koepelbouw angstvallig achterover helde. Het scheen wel alsof met een scherp voorwerp de koepel in één rechte snede van het dak was gescheiden. Hij zag tenminste geen brokkelige muur en geen gehavende pilaren. De koepel scheen in het minst niet geleden te hebben door de onverklaarbare breuk; maar het geheele stuk bouwwerk stond hopeloos scheef, helde zwaar terzijde; het scheen te balanceeren op nog slechts één steunpunt, zoodat slechts het geringste stootje voldoende moest zijn, dit gevaarte het evenwicht te doen verliezen en omlaag te laten storten.

Het was echter een stille en windlooze nacht, geen gerucht kwam van de straat, en het zou dus geen windstoot zijn, evenmin de trilling van den een of anderen zwaren vrachtwagen, die het noodlottige ongeluk konden verhaasten.

Toch begreep Tobias, dat hij niet mocht dralen, en dat, hoe grooter haast hij maakte, het des te beter zou zijn.

Maar zou hij er kans toe zien, op het dak van het Paleis te komen? Hij was met zijn klasgenooten wel eens ih het statige gebouw geweest. Door de benedenverdieping kende hij den weg. En ook de weg naar de zolders van het Paleis zou wel te vinden

Sluiten