Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Paleis op den Dam. Doch welke ook de juiste verklaring moge zijn, tot den huidigen dag weet elk Amsterdammer, dat er een ongeschreven, doch hooger gezag bestaat, hetwelk eenieder verbiedt, deze gewijde plek gronds te betreden, zoodat, bij overtreding van het historisch verbod, de onmiddellijke, smadelijke verwijdering door de daartoe bevoegde overheid zijn lot zou zijn. Vandaar dan ook, in hoofdzaak, de taak van de militaire bezetting der hoofdwacht in het onbewoonde Paleis op den Dam, van toe te zien en te voorkomen, dat iemand een voet zal zetten op de kleine steentjes!

Toen dan ook door Tobias deze grove overtreding aan den schildwacht was meegedeeld, had deze dadelijk het geweer opgenomen, om met afgemeten, gewichtige, groote schreden zich naar de plaats der overtreding te begeven en den overtreder met al de gestrengheid, welke zijn consigne hem voorschreef, te verwijderen van het verboden terrein.

Hierop had Tobias gerekend. Er was niemand op den Dam te bekennen, en niemand was er, die daar in het nachtelijk uur de kleine steentjes zou hebben ontheiligd! Maar de schildwacht moest minstens honderd passen doen, eer hij aan den verstverwijderden vleugel van het gebouw was gekomen, en in dien tusschentijd moest Tobias zijn kans waarnemen, de open deur van het lokaal van de wacht binnen te sluipen.

Zoodra dus de schildwacht met het geweer op den schouder zich op z'n hielen had omgedraaid en wegmarcheerde, wipte de jongen de deur binnen. Er brandde licht in het wachtlokaal, doch het was raag gedraaid; hij hoorde vervaarlijk snurken, waaruit hij opmaakte, dat hij zich niet vergist had, toen hij er op rekende, dat de soldaten van de wacht in diepen slaap zouden liggen. Door een tweede deur kwam hij in de kamer van den sergeant; ook hier brandde voldoende licht, om te zien, hoe deze militaire bevelhebber van het Dam-paleis de dienstpet op tafel had gelegd, de twee armen onder het hoofd had gevouwen en over zijn krant in diepen slaap was gevallen.

Sluiten