Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den anderen kant van de kamer kon Tobias een deur ontwaren; hij trad er op af, op de teenen loopend, en zonder gerucht te maken draaide hij de kruk om, opende de deur en stond in een ruime, doch lage vestibule, die schemerig verlicht werd door slechts één lichtje. Dit 'was echter voldoende om den insluiper den weg te wijzen naar de steenen trap, die tot de eerste verdieping leidde. En hier aangekomen scheen Tobias zich dadelijk meer thuis te gevoelen. Hij kende den breeden corridor en ook herinnerde hij zich door zijn vroeger bezoek de ligging der verschillende vertrekken en zalen. Hij begreep, dat de trappen naar de hoogere verdiepingen aan den anderen kant van het gebouw gelegen moesten zijn, en dat hij daarom door de groote middenzaal naar de achterzijde moest gaan. Het was nergens volslagen donker. De heldere maan scheen door de ramen der zalen en gaf voldoende licht. Tobias had wel geen aandacht voor de indrukwekkende pracht van de Burgerzaal, waardoor hij nu sloop, maar angst voelde hij toch hoegenaamd niet, omdat hij geen oogenblik de gedachte van zich kon afzetten, dat hij dezen geheimzinnigen tocht slechts volbracht voor de vervulling van een goed en nuttig werk.

De zaal, met haar afmetingen van honderd twintig voet lengte, zeven-en-vijftig breedte en een hoogte van honderd voet, lag er in stille, indrukwekkende majesteit onder het zachte zilveren maanlicht, dat door de twintig dubbele ramen, die op beide binnenplaatsen uitkomen, binnengleed. In dit zachte licht zag Tobias de omtrekken van het prachtige beitelwerk, dat in deze zaal zoo overvloedig aangebracht is, zooals: de Amsterdamsche Stedemaagd boven de hoofddeur, een palmtak in de eene hand, een olijftak in de andere, het hoofd omkranst met de muurkroon, waarboven een arend, met keizerlijken wrong getooid; naast haar twee leeuwen, voorstellende de Nijverheid en de Kracht; de achtergrond ingenomen door de vier verpersoonlijkte elementen Licht, Lucht, Vuur en Water, die hun steenen wieken naar haar schijnen uit te strekken. Van de vlaggen-trofeeën, die deze Burgerzaal tot zulk

Sluiten