Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een roemruchtige versiering dienen, wist hij, dat de Fransche vlaggen buit gemaakt waren in de veldslagen van Ramillies en Oudenaarden in den oorlog van 1702—1713, maar vooral bij Malplaquet, waar Johan Willem Friso de Hollandsche troepen ter overwinning voerde; de Portugeesche vlaggen moesten zijn van onze tochten naar Brazilië in 1624 en 1625; de Russische vaandels dagteekenden uit den slag bij Bergen op 19 September 1799; terwijl de overige eereteekenen in hoofdzaak door Wtylem van Braam van Oostersche vorsten afhandig waren gemaakt.

Doch Tobias had ditmaal volstrekt geen tijd en ook geen lust, zich hier over te geven aan fiere geschiedkundige herinneringen. Hij was door de groote Burgerzaal geslopen zonder zich op te houden met een onderzoek van de hemelglobe, die, onder den lateren houten vlóer, in den marmeren vloer is ingelegd met een halfrond van den aardbol, waarin de kusten door gekleurde lijnen, de middagcirkel, de zonsweg, de evennachtslijn en andere kringen door geelkoper zijn aangegeven.

Hij had deze zaal reeds verlaten en was, de galerij volgend, aan de oude Burgemeesterskamer gekomen, welker bestemming door verschillende zinspelingen in beeld- en schilderwerk aangeduid is; zoo de schoorsteenmantel, gedragen door marmeren pilaren, op welker fries de zegetocht van den Romeinschen veldheer Quintus Fabius Maximus uitgehouwen staat; dan de zoldering met de geslachtswapens der tijdens de inwijding van dit waarlijk Amsterdamsche Stadhuis regeerende burgemeesters. Doch om hier te verwijlen had de ongelukkige Tobias evenmin tijd! Boven de deuren van de daaraan-grenzende Vierschaarzaal wierp hij een vluchtigen blik op de zacht door het blanke maanlicht beschenen engeltjes, die Jacob de Witt daar zoo bedriegelijk als marmergroep schilderde. Doch nu sloeg hij de gang in, aan welker eind een smalle diensttrap naar de hooge verdiepingen leidde. Hier ondervond hij geen enkelen hinderpaal; de deuren waren geen van alle gesloten, sommige stonden zelfs open. Hij wist, dat niemand zoo hoog in het gebouw woonde, tenzij de Koningin

Sluiten