Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op haar voorjaars-bezoek een week in het oude paleis haar intreknam, zoodat het geheele gebouw dan slechts vol leven en beweging was.

Nu bevond hij zich op de reusachtige zolders, waar de geweldig zware eiken balken het dak dragen. Tobias zocht er naar de torentrap, die hem uit het midden van het gebouw naar het dak moest voeren. Volgens zijn berekening moest hij zich ergens in de buurt van de torenkamer bevinden, waarin hij wist, dat zich het toestel bevond, nog dagteekenend van 250 jaar her, toen de beroemde Amsterdamsche klokkenmakers Leeghwater en Van Sprakel er het klokkenwerk hadden gebouwd.

Daar was een kleine deur, diep ingemetseld in den zwaren steenen muur; hij opende haar.

En eensklaps stond hij in een helder-verlichte ruimte; de maan scheen vrij door den geheel open zolder naar binnen.

Tobias bevond zich hier vlak onder het dak van het gebouw, reeds hoog in den torenbouw, daar waar de eigenlijke voet was van den koepel; het kamertje, dat hier was afgeschoten, zoo ruim als de torenmuren het slechts toelieten, was geheel gevuld met een geweldig toestel van zware wielen en tandige raderen, dikke wind-assen en logge stangen. De vloer rustte op balken, zwaar in het vierkant, die zelf weer steunden op schrijlings geschoorde balken. Het toestel, dat er de geheele ruimte innam, leek bij het eerste gezicht op een machine. Doch Tobias ontwaarde toch vlug, dat het dit niet was; hij rook geen vetten machinestank; in plaats van de warme, vieze ketellucht rook hij slechts de kille atmosfeer van donkere, dikke muren en van het zware, oude eikenhout; en vooral miste hij dat eentonig gestamp van den zuigerslag, het wentelend gewroem van een vliegwiel, het zachte snorren van een motor. Zoo leek dit hoogstens op een afgedankte, buiten gebruik gestelde machine. Slechts een drogen tik hoorde hij, zoo regelmatig, zoo kortaf, dat het hoe langer hoe sterker, met steeds harder slagen in zijn ooren klonk, een met elke sekonde weerkaatste slag tegen de strakke balken van den zolder, tegen de balken van den massieven houten vloer.

Sluiten