Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op eerbiedigen afstand stonden de menschen eerst stil, na zich voorzichtig overtuigd te hebben, dat de bodem onder hun voeten wel veilig was. Daar bleven zij staan, aan den Dam-ingang van de Kalverstraat, achter in de straat zelf, wel honderd meter verwijderd van de aan hun plaats gevangen troep voor „Polen" en „Suisse"; zij wachtten, ver teruggedrongen in de zijstegen naar den N.Z. Voorburgwal en het Rokin. En zenuwachtig, van streek, vragend en roepend, rumoerden de menschen daar, zonder zich eenig begrip te kunnen vormen van het vreemde voorval, dat de ongelukkigen vasthield op de plotseling onveilig geworden plek in de Kalverstraat.

Nog geen tien minuten later waren reeds het hoofdbureau van politie, de brandweer, de burgemeester, de geneeskundige dienst gewaarschuwd. Daarvóór hadden reeds eenige, altijd op hun

redactie-bureau gereed staande verslaggevers, onraad geroken; van de voornaamste dagbladen, die daar overal in de buurt hun gebouwen hebben, waren de reporters reeds komen toesnellen. Het publiek moest hen met geweld tegenhouden, toeri zij door de menschen wilden heen dringen, om van dichtbij zich op de hoogte te stellen van hetgeen daar in het hartje van de Kalverstraat voor zonderlings plaats greep.

Slechts één hunner wist toch door de dichte menigte zich heen te worstelen; zonder aarzelen stapte hij op de open ruimte aan, en trad op den tierenden troep toe, die wanhopig worstelend nog

maar steeds aan dezelfde plaats scheen geklonken. Maar de ongelukkige onderging onmiddellijk denzelfden onverklaarbaren invloed, als die, waarvan al deze andere menschen het slachtoffer geweest waren: ook zijn schoenen schenen eensklaps aan

Sluiten