Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij begreep, onmiddellijk nadat hij zich van de ramp op de hoogte had laten brengen, dat hier met de grootste voorzichtigheid moest worden opgetreden.

De hoofdbeambten van de Amsterdamsche bouwpolitie waren daar intusschen ook verschenen. Hoewel men niet wist, welken omvang dit zonderling verschijnsel zou aannemen, hadden politie en brandweer begrepen, dat men verstandig zou doen het advies der opzichters van het bouwtoezicht in te winnen. En dit bleek goed te zijn ingezien, want deze vakmenschen gaven den raad, dat de huizen in den omtrek onmiddellijk ontruimd moesten worden. De politie, die dit bevel kreeg uit te voeren, had echter een gemakkelijke opdracht, omdat alle huizen in de Kalverstraat, die daar in de buurt stonden, reeds verlaten waren door de bewoners, op de vlucht gedreven door het erbarmelijk gejammer van de gevangen gehouden menschen, die hun hartbrekend, oorverscheurend, zenuwschokkend hulpgeschrei bleven volhouden.

Ook de Geneeskundige Dienst had zich dadelijk na het eerste alarm naar de plaats des onheils begeven; doch aanstonds bleek, dat deze afdeeling slechts weinig tot stand zou kunnen brengen, zoolang de voorzichtigheid gebood, de noodlottige plek niet te dicht te naderen. Evenwel, dit konden de aanwezige geneesheeren reeds vaststellen, dat men hier voor de ongelukkigen geen onmiddellqk- levensgevaar te duchten had. Blijkbaar verkeerden de menschen daar in de afgezette Kalverstraat wel in de grootste angst, zooals uit hun luide kreten viel op te maken; doch zij schenen niet bewusteloos, niet ziek, niet gewond, en, op een afstand gezien nog spring-levend en gezond van lijf en leden te zijn. Dit deed natuurlijk weinig af aan den hoogen ernst van den toestand; doch voorloopig konden de heeren doktoren en de verpleegsters niet anders doen dan hun intrek nemen in „De Groote Club", welke sociëteit zoo goed mogelijk werd ingericht als tijdelijk hospitaal, om er later de ongelukkigen te herbergen en onmiddellijk te kunnen verplegen, indien men er in mocht slagen, hen uit hun benarden toestand te redden.

Sluiten