Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want daaraan twijfelde geen van de aanwezige autoriteiten, of men zou er in slagen, de ongelukkige lieden hulp te bieden, ja; hen zelfs weten te verlossen.

Doch de manier, waarop men daarin zou slagen, stond op dit oogenblik nog niemand voor oogen.

De eerste poging, welke men ondernam, mislukte; een van de brandwachts, die vroeger zeeman moest zijn geweest, had kans gezien een lang touw, dat hij bij wijze van lasso opgerold had, naar de groep te slingeren. Toevallig had de matroos, die zich daarbij bevond, het touw-uiteinde weten op te vangen en zonder zich te bedenken had deze matroos de lus over zijn hoofd gehaald. Doch hoewel tien man van de brandweer dadelijk gereed waren, het touw aan te trekken, om den matroos van zijn plaats te sleepen, moest men ook deze poging opgeven, omdat de ongelukkige zeeman zoo hecht aan het asfalt verbonden bleek, dat men hem nog eerder in twee stukken zou getrokken hebben, dan hem zijn voeten te doen loslaten.

Inmiddels waren ook de redacties der voornaamste Amsterdamsche kranten op hun bureaux geweldig opgeschrikt bij het vernemen van het eerste alarm. Men kan daarover een weinig oordeelen, wanneer men even het oog slaat op eenige opmerkelijke artikelen, welke, nog geen uur na het bekend worden van het gebeurde in de Kalverstraat, reeds in de avondbladen verschenen.

Het artikel, dat dien avond in het „Algemeen Handelsblad" verscheen, op de eerste kolom van het eerste blad, luidde woordelijk als volgt:

Amsterdam in ernstig gevaar.

Bij het ter perse gaan van dit nummer kunnen wij nog niet in haar vollen omvang overzien de ramp, welke onze stad getroffen heeft. Wij moeten onze zelfbeheersching alle geweld aandoen, om in kalme bewoordingen het verslag samen te stellen van een ongeluk, waarvan op dit oogenblik de ontzettende gevolgen nog niet zijn na te gaan. En rekening houdende met de bijna onoverkomelijke moeilijkheden, waarmede onze inlichtingendienst, onze overigens voor niets terug-

Sluiten