Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grepen, dat er wellicht een schijn van werkelijkheid moest bestaan, na de besliste verklaringen van de drie ongenoemde getuigen van het verschijnsel, hoe daar de groote klokkentoren van het Paleis op den Dam naar één kant was overgeheld, en hoe, voordat de drie ooggetuigen alarm hadden kunnen maken, het reusachtige gevaarte langzaam maar zeker, alsof een reuzenkracht het voorover trok, weer op zijn gewone plaats terecht was gekomen. De politie was niet in deze zaak betrokken geweest, omdat een onderzoek, ter plaatse ingesteld, den volgenden ochtend had aangetoond, dat er hoegenaamd niets ongewoons aan den Paleistoren te bekennen viel. Doch het verhaaltje, hoewel door niemand als ernstig opgenomen, had toch zijn weg hier en daar gevonden.

Ook de inspecteur Speurmans had het zonderlinge vertelsel vernomen. Hij had hartelijk gelachen om het Dampaleis, dat daar eerst het slechte voorbeeld van de scheurende Beurs ging volgen, maar door een geheimzinnige toovermacht nog juist bijtijds weer recht zou zijn gezet! Hij had het een prachtig bedenksel gevonden voor een tip-top nieuwerwetschen, gloeiend-boeienden jongensroman; — maar voor de nuchtere werkelijkheid had hij zooiets natuurlijk onmogelijk geacht.

Nu daar echter in de Kalverstraat een verschijnsel zich had voorgedaan, dat nog veel raadselachtiger en geheimzinniger was, nu kwam den politie-inspecteur de geschiedenis van de omgevallen en vanzelf recht gezette Paleistoren weer in de gedachten. Waarlijk, daar kon eenig verband bestaan tusschen het zich weer vasthechten van den Paleistoren en tusschen dit hardnekkige vastkleven van de menschengroep in de Kalverstraat! Waarom niet? De inspecteur Speurmans had in zijn lange dienstjaren als politie-beambte wel afgeleerd, zich over iets te verbazen! Na het ongelooflijke feit in de Kalverstraat, scheen het omvallen en recht zetten van de Dam-klokketoren ook niet meer tot het rijk der onmogelijkheden te behooren. En zelfs scheen het zoo onwaarschijnlijk niet, dat er eenige overeenkomst bestond tusschen de eene gebeurtenis en de andere!

Sluiten