Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het Kalverstraat-geheim, na het Damtoren-wonder, na het H.B.S.-gevaar, na de klemmende woning op een van de grachten, — was dit het vijfde vreemdsoortige, onverklaarbare geval; zoodat de inspecteur nu geen oogenblik langer aarzelde, ze met elkaar in verband te brengen 1

Wat nu?

Inspecteur Speurmans begreep, dat hij zich op den goeden weg bevond, om het geheimzinnige mysterie op te lossen.

Daar kleefde iets in al deze gevallen! Den eenen keer kleefde het de menschen zelf, den anderen keer kleefde het hun tong, of hun kaken, hun handen of hun voeten; weer een ander maal kleefde het de scherven glas, of de deuren en vensters, of een deurknop, of een geheel torengevaarte. Dit alles kleefde.

Doch hoe kleefde het? En wat was het, dat dit alles deed kleven ?

Dit was de groote kleefvraag!

Lang dacht inspecteur Speurmans er niet over na.

Hij was immers de man van de praktijk, de man van de daad! En even zijn onafgebroken wandeling door het uitgestorven Amsterdam onderbrekend, bleef hij bij een lantaren staan, om bij het licht ervan in zijn zakboekje na te kijken de korte aanteekeningen, die hij daarin opschreef van elke gebeurtenis, die hem trof. Hij vond dadelijk wat hij zocht: de adressen van den winkelier in de nieuwe stadsbuurt en het adres van het huis op een van de grachten.

De inspecteur keek rond; hij bevond zich niet ver van het eerste adres. Na eenige minuten stond hij reeds voor den winkel, op welks ruit met groote duidelijke letters de woorden geschreven stonden:

COMESTIBELS EN KOLONIALE WAREN.

Inspecteur Speurmans bekeek de ruit aandachtig. Hij kon geen schilvertje ontdekken, geen barstje in het glas, geen scherfje, dat ontbrak. De winkelruit was zóó glad, zóó gelijk, zóó gaaf dat het hem bijna onmogelijk voorkwam, dat dit glas gebroken zou

Sluiten