Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn geweest, of in stukken in de uitstalkast zou hebben gelegen. Hij onderdrukte echter zijn twijfel en trok aan de bel. Dadelijk schoof een van de bovenramen open en een hoofd met een slaapmuts stak over het kozijn naar buiten.

— „U bent vlug bij de hand!", riep de inspecteur naar boven.

— «Dacht je dat ik kon slapen, na wat ik heb doorgemaakt!", riep de kruidenier naar beneden.

— „U bedoelt met die gebroken ruit ?", vroeg de inspecteur.

— „Ja, natuurlijk 1 waar zou ik andera mee vervuld zijn 1" antwoordde de kruidenier.

— ,,'tls niet meer te zien."

— „Maar tóch is m'n ruit aan gruzelementen geweest!"

— „ t Is niet te gelooven , aarzelde de inspecteur.

— „Niemand gelooft 't ook!", snauwde de kruidenter terug. „Maar kom je me daarom in 't holst van den nacht opbellen?"

— „Ik kwam n vragen naar den naam en het adres van dien jongen, die in uw uitstalkast heeft gezeten!"

— „Hij is weggeloopen zonder zijn visitekaartje

achter te laten," antwoordde d« kruidenier wat vriendelijker; „maar als ik 't goed heb verstaan, dan hoorde hij bij een troepje jongens van de Burgerschool, en noemden z'n kornuiten hem Töbiafl."

— „Dank u," zei de inspecteur.

Het raam schoof weer dicht.

Inspecteur Speurmans wandelde de straat uit.

Hij was niet veel wijzer geworden. De een of andere kwajongen had de reit bij een spelletje sport ingeworpen. Wat kon zoo'n jongen overigens hebben uit te staan met het eigenlijk geval van

Sluiten