Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Aan de vochtigheid op de grachten," zei de geneesheer uiterlijk bedaard. „U is zeker iemand van de bouwpolitie?"

— „Neen," antwoordde de inspecteur, „van de gewone politie."

— „O?", zei de dokter verwonderd, „dan denk ik dat uw werk hier even vruchteloos zal zijn als het mijne, omdat wij beiden tegenover een raadsel staan. Want evenmin als u staat tegenover een misdaad, evenmin sta ik tegenover een ziektegeval."

— „Komt u voor een zieke?", vroeg de inspecteur.

— „Het geheele huis zit hier vol overspannen lieden," sprak de dokter ernstig; „en daartoe is alle reden, want de geheele familie schijnt aangetast door een tot nu toe onbekende ziekte, die...

— „En welke is die?", vroeg de inspecteur dringend, omdat de geneesheer niet verder sprak.

— „Onze kennis staat hier machteloos," vervolgde de geneesheer. „De medische wetenschap weet veel, doch bij lange na nog niet alles; en voor dit geval van geheele of gedeeltelijke verstijving staat onze geleerdheid volkomen machteloos!"

— „Maar...", wilde de verraste inspecteur van politie uitroepen, omdat hij plotseling weer getroffen werd door de raadselachtige ziektegevallen, waarvan ook al die anderen het slachtoffer geworden. waren, als de scheikunde-leeraar, de directeur, de conciërge, de gasthuisdokter, de verpleger. Doch de geneesheer liet hem geen tijd, zijn uitroep te voltooien; immers, de dokter meende, dat de politie-inspecteur twijfel wilde uitspreken aangaande zijn woorden. Hij was hem voorgegaan, de benedengang door, de ondertrap op.

Van boven klonken voetstappen.

— „Is de dokter daar?", klonk een bevende stem. Tegelijk kwam een jong meisje, bleek, met betraande oogen, de boventrap af; achter haar kwam hinkend een tweede jonge juffrouw aan.

— „Hoe gaat het met de dames?", vroeg de dokter zoo opgewekt mogelijk.

— „O, o!", snikten beide meisjes. „O, dokter, 't is hier nog veel erger dan gisteravond. Nu is 't met mama óók gebeurd!"

Sluiten