Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vleugeltjes getikt. Meteen voelde hij hoe zijn vinger verstijfde. Hij trok haastig zijn hand terug, doch het fijne vleugeltje van de vlieg kleefde reeds op zijn nagel. Hij trachtte den gestrekten vinger te buigen, doch dit was hem onmogelijk. De inspecteur bleef volkomen koelbloedig en liet niets blijken van hetgeen hem zoo juist overkomen was.

De dokter had het niet gemerkt; evenmin een van de andere aanwezigen.

— „Het scheelde geen haar!", sprak de geneesheer gejaagd; „ik had vergeten u te waarschuwen, hier in huis geen enkel voorwerp, zelfs geen der patiënten aan te raken, omdat wij hier blijkbaar staan tegenover een allerkwaadaardigste besmetting, die oogenblikkelijk aansteekt."

— „Ik zal terdege oppassen," antwoordde kalm de inspecteur, terwijl hij zijn stijven vinger ongemerkt van terzijde eens bekeek: er was niets aan te zien, de vliegevleugel zat nog op zijn nagel, doch de vinger was niet meer te buigen.

— „Wij hebben hier nóg een geval in huis," vervolgde de dokter met bezorgde stem; „dat is de juffrouw zelf; ze ligt boven in bed met een volslagen kaakverstijving en verharding van de tong- en spreekspieren, zoodat ze in de totale onmogelijkheid verkeert, ook slechts één woord te spreken. Wilt u haar zien, meneer de inspecteur van politie?"

— „Neen, dank ui", antwoordde inspecteur Speurmans.

Hij stond daar midden in de kamer met al die ontdane, overspannen, snikkende menschen om zich heen. Zoodra deze gehoord hadden, hoe de huisdokter hem aangesproken had met „meneer de inspecteur van politie" hadden zij vol vertrouwen naar hem opgekeken.

Zou hij hen uitkomst kunnen brengen in deze ontzettende omstandigheden ?... Zou hij hen kunnen verlossen van hun angsten, hun kwalen, hun verstijvingen?... Zou hij hen kunnen helpen, waar de geneeskunst geen raad meer wist?

Allen keken dezen vertegenwoordiger der politie smeekend aan.

Sluiten