Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Ja!", riepen bijna allen tegelijk.

— „Waar is hij?" vroeg de inspecteur van politie verder.

— „Boven!... Op zijn zolderkamertje I", klonken de antwoorden.

— »En is ook hij aangetast tioor deze zeKde kleefziekte ?", vervolgde de inspecteur.

— „Neen!... neen!.... hij alleen niet!", kwamen verward de stemmen.

Inspecteur Speurmans fronsde nog zwaarder zijn wenkbrauwen. Zonder een woord te spreken draaide hij zich om, trad op de geopende deur toe, en stapte de gang in, om met langzame, vaste schreden de trap op te gaan.

De politie-man meende op het rechte spoor te zijn!

Wie was deze Tobias, de H.BScholier ?

Hij wilde het weten, omdat slechts deze jongen hem het geheim scheen te kunnen ontraadselen!

Terwijl hij de trappen opklom, die hem naar het bovenkamertje voerden, bracht hij vlug al deze omstandigheden met elkaar in verband: van de gebroken ruit, die in den kruidenierswinkel was ingegooid, doch tegelijk weer als een wonder was gemaakt door een jongen van de H.B.S-, die Tobias heette; vandaar was de inspecteur van politie naar het onbewoonbare huis van den vader van dien jongen gewandeld; van dit huis had hij zich begeven naar de nieuwe woning, waarin het ongelukkige gezin onder dak was gebracht; en hier had hij een herhaling gevonden van de lange reeks rampen, die bekroond schenen te worden door het ontzettende onheil in de Kalverstraat

Doch tegelijk was hem hierbij nu opgevallen, hoe in dit gezin juist die onbekende Tobias ongedeerd, niet verstijfd, ongekleefd

was gebleven 1 .

Deze zelfde Tobias was het, die leerling moest zijn van de Hoogere Burger School, welke haar deuren gesloten hield, omdathet ernstige gevaar van kleving elkeen bedreigde, die het gebouw betrad.

Kleefde dan alles in de omgeving van dezen knaap, behalve de jongen zelf?

Sluiten