Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was niet diens scheikunde-leeraar gekleefd? Was niet de conciërge sprakeloos geworden met zijn strakke kaken? Had de directeur niet een stijve hand ? En waren in het ouderlijk huis van dien jongen deuren en ramen niet gaan klemmen? Knelde niet, in het andere huis, de bovendeur? Kleefde ook hier niet alles vast? Was de inspecteur ook niet hier getroffen geworden, hoe ieder, die met den knaap in aanraking was gekomen, mensch of dier, levend voorwerp of dood, door de kleefbesmetting was aangetast?

De inspecteur twijfelde niet langer!

Hij was op de bovenverdieping van het huis en stapte recht af op een deur. Hij wilde aantikken, doch zijn wijsvinger kon hij niet buigen. Een weinig onhandig trachtte hij den deurknop om te draaien.

Een jongensstem klonk van binnen.

— „Doe maar geen moeite!", hoorde hij roepen na zijn gerommel aan de deur; „die deur klemt helaas ook al!"

De inspecteur begreep, dat de jongen daarbinnen gelijk moest hebben, omdat ook diens eigen kamerdeur was gaan klemmen.

— „Ben jij 't, Tobias?", vroeg inspecteur Speurmans met barsche stem vlak voor de deur.

— „Jawel meneer!", klonk een beleefde, onderdanige stem terug.

— „Ik kom eens vragen wie de toren van het Paleis op den Dam recht heeft gezet?", riep de inspecteur tegen de deur.

Hij kreeg geen antwoord.

— „En dan kom ik ook eeHS onderzoeken wie de dader is van die kleefgeschiedenis in de Kalverstraat!", schalde de stem van den inspecteur van politie.

— „Mijn hemeltje!", klonk een angstige jongensstem.

— „In naam der wet doe open de deurl", beval inspecteur Speurmans.

Doch de deur ging niet open. Het was geen onwil van den jongen daarbinnen; — blijkbaar was hij zelf niet bij machte, zqn eigen kamerdeur te ontsluiten.

Sluiten