Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De doodelijk beangstigde jongen dacht er niet aan, iets verborgen te houden voor dezen vertegenwoordiger van het gezag; zonder aarzelen antwoordde hij dus op deze vraag met een stamelend uitgebracht:

— ,Dat is 't, meneer!"

— „Wat?", vroeg de meedoogenlooze stem van den ander. De jongen stak zijn hand vooruit, om den inspecteur het witte

poeder te laten zien, waarvan een weinig aan zijn hand was blijven kleven.

Doch op ditzelfde oogenblik stond inspecteur Speurmans daar als door den bliksem getroffen!

Zijn hand met de gevaarlijke revolver erin stak nog omhoog, doch de loop van het wapen mikte recht de lucht in; de gestrekte arm bleef daar zweven, ahjof een toovermacht hem in bedwang hield, zoo kaarsrecht uitgestoken als het halte-bordje van de tram; het lichaam van den politie-man behield onbeweeghjk de dreigende houding, zoodat de romp een weinig achter-over helde, alsof hij steunde op den wandelstok, dien hij als teeken van zijn waardigheid op het platje uit zijn diepen jaszak voor den dag had gehaald. Zelfs het gelaat van den gestrengen inspecteur bleef eenklaps onder zijn vertoornde, bestraffende uitdrukking, verstijfd.

Toen de jongen, die uit zijn knielende houding was opgestaan, den inspecteur daar onbeweeglijk zag staan, keek hij toch even verwonderd. De politie-man stond er zoo stijf en strak als een marmeren beeld. Niets bewoog aan hem; zelfs de kwaadaardig rollende oogen stonden nu akelig stil. En ook de geopende lippen, waaruit de verpletterende woorden van beschuldiging zoo juist waren gekomen, waren wel blijven openstaan, doch geen geluid lieten zij meer door; ze schenen eensklaps tot roerlooze stilte verstijfd.

De jongen durfde zich eerst niet bewegen, doch dan trad hij voorzichtig een stap nader, alsof hij elk oogenblik verwachtte, dat de inspecteur weer tot bezinning zou komen, en de revolver weer op hem zou richten.

Sluiten