Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch de politieman stond op het platje in zulk een Strakke, onbuigzame houding vóór hem, dat Tobias begreep, dat hier iets heel ongewoons moest gebeurd zijn. Het was weliswaar nog altijd de inspecteur Speurmans, die daar tegenover hem stond, — en toch was het alsof dit menschenbeeld een nagemaakte stijve pop was,

geheel overeenkom¬

stig het model van den inspecteur vervaardigd.

— „Meneer?", waagde de jongen aarzelend te vragen.

Doch de ander gaf geen antwoord; geen ademtocht kwam over zijn lippen. De jongen vatte moed, omdat hij zich in-eens herinnerde, reeds een soortgelijke gebeurtenis te hebben meegemaakt; en hij tikte den politieman op den schouder. Hij kende dit gevoel; het was of hij op

een deur tikte, zóó hard voelde het lichaam van den inspecteur en zóó hol klonken zijn tikken.

De jongen begreep, dat hij hier opnieuw stond voor een slachtoffer van zijn kleefstof. En terwijl hij naar hem opkeek, zag ntj eensklaps hoe de dreigende harde oogen van den politie-mspecteur öp-glinsterden, nu hij hem aanstaarde. Die oogen hadden stellig niet bewogen, zooals trouwens niets bewoog aan die angstwek-

Sluiten