Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende roerloosheid van den man; maar beslist wist de jongen, dat de oogen van den inspecteur leefden.

Inspecteur Speurmans was dus niet dood, en zelfs niet eens bewusteloos; want zóó konden slechts levende oogen fonkelen!

Op dit gezicht wist de jongen niet wat hij doen moest: schrikken óf zich verheugen.

Hij ging aan den rand van het platte dak zitten, zijn rug leunend tegen den hoogen zwaren schoorsteen, die daar stond. Hij krabde zich achter het oor. De aanwezigheid van het strakke beeld daar vóór hem, boezemde hem nu eigenlijk geen angst meer in, integendeel; hij vond het rustig, dat hij daar iemand bij zich had, die hem kon zien en hooren, — al kon deze met geen gebaar daarvan blijk geven.

En met dezen stillen getuige vlak bij zich, begon Tobias hard-op aldus te spreken;

Sluiten