Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlak bij hem de beweginglooze figuur stond van den onverbiddellijk-strengen politieman. Het leek wel, of Tobias zijn hart tegenover hem had willen uitstorten. De inspecteur kon hem nu niet meer bedreigen, richtte nu niet meer den gevaarlijken loop van de revolver op hem, sprak hem nu niet meer met zijn barsche stem toe. Maar juist omdat zijn achtervolger daar nu weerloos stond, machteloos, niet in staat een lid van zijn pink te bewegen, had de jongen een soort aandrang gevoeld, om tegenover dezen man zijn geheele hart uit te storten en hem deelgenoot te maken van het geheim, dat hem hoe langer hoe meer was gaan kwellen. Toch wist Tobias, dat hij van dezen roerloozen, sprakeloozen man, die er gelijk een marmeren beeld stond, geen hulp noch steun, geen raad noch troost, zelfs geen geluid als antwoord op zijn bekentenis zou ontvangen.

Slechts aan het schitteren van de oogen van den verstijfden inspecteur van politie kon Tobias zien, hoe deze hem woord voor woord had verstaan, ja, zelfs, hoe hij hem scheen begrepen te hebben na deze openhartig afgelegde verklaring.

— „Kon u me maar een goeden raad geven, wat ik doen moet, om een eind te maken aan die wanhopige reeks ongelukken!... Ik durf niet meer naar huis terug gaan! Ik durf niet meer de straat op! Overal ben ik bang nieuwe slachtoffers te zullen maken, of weer andere huizen te laten klemmen en knellen. Want alles in mijn buurt is onveilig! De stoel, waarop ik zit, de kamer waar ik slaap, het huis, waar ik woon, de straat, waarlik loop, de stad, waarin ik woon, — alles kleeft, kleeft, kleeft!"...

Tobias keek werkelijk in de grootste wanhoop om zich heen. Hij was maar dankbaar, dat hij hier alleen zat, alleen op het plat van een huis, tusschen de muren en daken van een stille dwarsstraat. Hier zou tenminste geen mensch of dier bij hem komen. Hier kon hij geen kwaad! Want hij voelde zich zoo ongeveer, als iemand, die zijn omgeving moet schuwen, omdat hij voor iedereen van het allergrootste gevaar was l

Terwijl hij daar in cliep neerslachtige stemming tegen den

Sluiten