Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheimzinnige kleefstof na zich zou kunnen sleepen. Wellicht was het nog niet te laat.

Op de een of andere manier moest hij trachten het witte poeder te doen verdwijnen. Hoe hij dat zou doen, wist hij nu nog niet. Hij zou dit later wel beoordeelen.

Zelf liep hij geen gevaar; dat had hij reeds duidelijk genoeg bemerkt. Tobias immers scheen nu eenmaal onaantastbaar voor de kleefstof. Hij kon dus zonder eenigen angst het gesloten gebouw binnengegaan, in het scheikunde-lokaal treden, het witte poeder verwijderen, vernietigen, uitroeien, zoodat er niet het geringste spoor meer van zou zijn overgebleven.

Doch hij begreep tevens, dat hij dit op een even omzichtige wijze moest tot stand brengen, als hij tot nu toe had gehandeld.

Het geheim van de kleefstof was van hem, van niemand anders. En het moest van hem blijven, van niemand anders, omdat ieder ander zich slechts noodeloos in gevaar zou brengen, wanneer hij in eenige directe of indirecte aanraking met de kleefstof kwam.

Hij moest dus, in weerwil van de politie-afzetting, ongemerkt in het gebouw zien door te dringen.

Tobias was er hier niet ver vandaan. Het straatje, over welks huizen hij, al vluchtend voor den politie-inspecteur Speurmans, Zijn weg had genomen, liep uit op den zijkant van de H.B.S. Hij moest dus slechts probeeren, hoe hij van deze zijde aan den achterkant in het gebouw zou kunnen komen.

En zonder zich een oogenblik te bedenken, greep hij den schoorsteen beet, om zich daarlangs naar boven te kunnen werken en langs de volgende dakgoot over de andere daken het gebouw te bereiken. Het zou nog een heele klauterpartij worden.

Maar tot zijn niet geringe verbazing voelde Tobias echter eensklaps, hoe hij, evenals bij het mastklimmen in de gymnastiekles, zonder eenige moeite tegen den steilen schoorsteen opschoof! Hij behoefde zijn hand slechts omhoog te steken naar een uitstekenden steen, naar het een of andere dwarshout, en dadelijk voelde hij zich als van zelf omhoog zweven, trekken, stijgen.

Sluiten