Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest geweest zijn, die men op bevel van den directeur van de H.B.S. van den gangkant had willen openen, doch waarbij toen een der lieden met de hand aan den deurknop was blijven vast zitten, zoodat men den knop aan dien kant van de deur had moeten afvijlen.

Zooveel begreep Tobias wel, dat vooreerst niemand meer het gebouw zou binnen treden, en dat niemand er voorloopig aan zou denken, de gevaarlijke nabijheid van deze geheimzinnige deur van het laboratorium te naderen.

Hij kon er dus zeker van zijn, dat hij door geen mensch, door niemand lastig gevallen, door geen levend wezen opgemerkt zou worden.

Voor het eerst haalde Tobias dus weer vrij adem. Hij was alleen.

Niemand kon hem tot overlast zijn — en ook hij leverde hier voor niemand gevaar op!

Wat stond hem nu te doen?

Daar lag voor hem op de tafel het witte poeder 1

Zoo onschuldig zag het er uit, alsof het een hoopje suiker was, uit een zakje gemorst, en achteloos op de tafel uitgestrooid.

En toch, welk een ontzettende kracht lag hier voor hem!

Hij wist hoe één korreltje, een weinig schraapsel slechts, één wit-bepoeierde vinger, reeds voldoende was, om een levend mensch tot een onbeweeglijke mummie te verstijven,... een geheel huis onbewoonbaar te maken,... een geheelen toren weer recht te zetten,... een menschenmenigte aan den grond te kluisteren,... een gansche stad in rep en roer te brengen!

Welke onberekenbare gevolgen moesten dan niet kunnen voortvloeien uit dit hoopje kleefpoeder, dat — al was het niet meer dan een handje-vol — stellig een hoeveelheid uitmaakte eenige duizenden malen zoo groot, als het weinige wat hij in zijn broekzak had gehad.

Tobias wist wel, dat hij zelf geen gevaar liep voor de ontzettende macht van deze kleefstof, maar toch keek hij met de

Sluiten