Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want deze schooljongen had wel genoeg verstand, te begrijpen, dat het er hier niet om te doen was, het handje-vol witte poeder ergens weg te werpen, bijvoorbeeld het in een vuilnisbak, een prullemand, een goot, een riool, een gracht, of waar dan ook te doen verdwijnen. Maar dat het vernietigd moest worden, dat het geheel en al moest verdwijnen, wilden zijn schandelijke, schrikkelijke gevolgen niet ten eeuwige dage een gevaar blijven opleveren!

Doch, bijna even moeilijk als het voor Dr. Stolp geweest moest zijn, dit wonderbaarlijk kleefmiddel te voorschijn te brengen, even moeilijk kwam het Tobias nu voor, de kleefstof weer te doen verdwijnen.

Zou hij het in water kunnen oplossen? Zou hij het kunnen doen ontbranden? Zou hij het langs chemischen weg kunnen laten verdwijnen?

Deze H.B.-Scholier kende genoeg de gevaren, aan zekere scheikundige stoffen verbonden, dan dat hij een van deze middelen zou durven beproeven! Welke gevolgen zouden er niet mogelijk zijn, wanneer hij dit witte poeder, waarvan hij in de verste verte de samenstelling niet kende, in aanraking ging brengen met water, of met vuur, of met de eene of andere chemische stof?

Tobias wist waarlijk niet wat hij doen moest.

Zijn kennis van scheikunde was helaas! zóó gering, dat zelfs de toepassing van de eenvoudigste scheikundige formule hem reeds op het strafbankje in het scheikunde-lokaal had gebracht.

Hoe zou hij zich dus vermeten, te trachten het werk van den allergeleerdsten scheikundige Dr. Stolp ongedaan te maken!

En toch was dit de eenige oplossing van deze anders onoverkomelijke moeilijkheid.

Was er hier dan niets wat hem zou kunnen helpen?

Hij keek daar nog altijd ongelukkig rond, en alleen de twee glinsterende verschrikte oogjes van het roerlooze muisje schenen zijn onhandige gebaren te volgen.

Daar viel Tobias' blik op het aanteekenboekje van Dr. Stolp, dat nog altijd op dezelfde plaats op de aanrechttafel opengeslagen lag.

O! Tobias kende het wel, dit boekje!

Sluiten