Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

ZIJNDE HET LAATSTE HOOFDSTUK, DOCH, ZOOALS DIT BEHOORT, TEVENS HET VOORNAAMSTE, OMDAT TOBIAS ZICH, ALS DE HOOFDPERSOON VAN DIT BOEK, VAN DE RECHTE ZIJDE LAAT KENNEN, EN MET ANGSTVALLIGE ZORGVULDIGHEID ALLE DOOR HEM VEROORZAAKTE KLEEF-ONHEILEN WEER IN ORDE BRENGT, ZOODAT DIT HOOFDSTUK EN DUS OOK HET BOEK NAAR ALLER GENOEGEN EINDIGT.

ERWIJL hij het kalotje diep over zijn ooren getrokken had, zat Brigges, de conciërge van de Hoogere Burger-School, nu al een week lang met zijn handen over elkaar, zonder dat zijn pijp nog uit zijn mond was geweest. Hij zat daar in zijn conciergekamertje als een automaat, — maar als een automaat, waarin slechts heel weinig mekaniek huist; naar suffig in zijn stoel zitten; hij sprak

want Brigges bleef er maar suing m zijn siuci «^u, m »r— geen woord, hij maakte bijna geen beweging. In de eerste^dagen, na het ongeluk, dat hem en zijn pijp aan elkaar gekleefd had, was er veel belangstelling geweest voor den ouden Brigges. Men had hem naar het gasthuis gebracht; een aantal doktoren hadden hem behandeld; een professor met een stoet studenten hadden hem onderzocht. Maar toen na eenige dagen bleek, dat er niets aan Brigges scheelde, behalve dat zijn pijp muurvast aan zijn tanden was gehecht, had men hem beduid, dat men in het ziekenhuis geen raad met hem wist en dat hij wel weer naar

Sluiten