Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met veel moeite en inspanning een zwaar lichaam achter zich voortsleepte. Maar Brigges dacht nu niet over dezen toevalligen samenloop van tijdstippen. Hij slofferde het jassenkamertje binnen, om te kijken, of hij er ook iemand zou zien. Hij zag niemand, maar toch meende hij een ongewoon geritsel te hooren achter den paraplu-bak. Hij keek wat scherper toe... En waarlijk daar meende hij een in elkaar gehurkte jongens-gedaante te zien.

Onder gewone omstandigheden zou hij zoo'n kiekeboe-spelenden kwajongen wel even op zijn nummer hebben gezet met een paar krachtige woorden en verwenschingen, zooals zijn stopwoord: „Wel allemaries!" Doch de omstandigheden waren nu niet gewoon; want ten eerste was het zoo goed als onmogelijk, dat een schooljongen in het gesloten gebouw van de H.B.S. was doorgedrongen, en in de tweede plaats had Brigges geen vrije beschikking over zijn stem, doordat de pijp hem wel een beetje in den weg zat.

Trouwens, de oude conciërge zou waarschijnlijk den tijd met gehad hebben, iets te zeggen; want toen hij zich over den paraplubak heen boog, was de gebogen gedaante vlug overeind gesprongen, om langs den conciërge weg te vluchten. Maar Brigges had reeds toegegrepen. Hij kreeg echter een duw en tuimelde ten onderste boven; maar hij hield nog altijd iets vast: een hand van den jongen, die zoo raadselachtig in het gebouw was binnengedrongen. De jongen trok en rukte uit alle macht om los te komen. Maar Brigges hield stevig vast, al lag hij lang-uit op den grond.

Hij zou nooit hebben losgelaten, als er niet eensklaps iets gebeurd was, dat hem zóó deed verschrikken, dat hij een oogenblik volstrekt niet meer dacht aan den jongen, dien hij vasthield, zoodat deze zich haastig kon losrukken, de deur van het jassenkamertje kon uitstormen en de zijgang van het scheikunde-lokaal binnen rennen, waarna Brigges het dichtslaan van de deur daar meende te hooren, al was dit bijna onmogelijk, omdat de laboratorium-deur immers open noch dicht kon!

Waarvan Brigges zoo geschrokken was?

Terwijl hij nog worstelde met den onbekenden schooljongen,

Sluiten