Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder welke hij een week geleden den verstijfden Dr. Stolp en den sprakeloozen conciërge in het jassenkamertje had aangetroffen, toen er aan de deur, die uitkwam op de gang van het verlaten schoolgebouw, getikt werd.

Kon zich dan iemand in het gebouw bevinden?

Wie waagde zich hier in het gevaarlijke gebouw, welks toegang ten strengste verboden was?

Met verbazing had hij geroepen: „Binnen ff.

En toen de deur dan was opengegaan, had hij stom verwonderd den ouden conciërge voor zich zien staan, die hem geheel ontdaan aankeek. De arme man was echter sprakeloos, geen geluid kon meer over zijn lippen komen, want in het ziekenhuis hadden de knapste doktoren zijn zonderling geval zelfs hopeloos genoemd.

De directeur wist dit alles, al richtte hij, door verbazing niet geheel meester van zichzelf, de volgende vragen tot zijn conciërge:

— „Wel, Brigges, ben jij 't?... Wat doe je daar?... Hoe durf jij door het gesloten gebouw te loopen ?"

Hij verwachtte stellig geen duidelijk antwoord te zullen ontvangen van den door de kaakverstijving niet verstaanbaren man.

Doch Brigges rekte zijn stijve kaken ver van-een, alsof hij eens lekker wilde uitgapen, en tegelijk klonk de oude, welbekende, grommige stem van den conciërge:

— „Wel allemaries, m'neer de directeur, m'n pijp..."

— „Wat is er met je pijp ?", riep de directeur in de grootste verbazing.

— „Allemaries, m'neer 1", stotterde de niet minder verbaasde conciërge, „dat kom ik u juist repporteere!"

De directeur begreep er niets van. Hij verheugde zich voor Brigges, dat deze zijn pijp plotseling weer kwijt was geraakt, en opstaande van zijn bureau kon hij zich als hartelijk man niet weerhouden, op den ouden conciërge toe te stappen en dezen de hand toe te steken. Brigges aarzelde even de hand van den directeur te drukken; hij hield zijn pijp nog in zijn rechterhand. Daarom zette hij het kalotje op, dat hij in de linkerhand hield,

Sluiten