Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

directeur wat er gebeurd was. Hij verteide alles, te beginnnen met de, door zijn spraakbelemmering verzwegen bijzonderheden van de vorige week, tot de ontmoeting met den indringer van dezen ochtend.

De directeur luisterde in de hoogste spanning, aandachtig naar het onsamenhangend verhaal. Doch toen de conciërge hem verteld had, hoe hij gemeend had te hooren — „en allemaries, z'n oore benne best in orde!" — hoe de jongen, met wien hij geworsteld had, de zijgang in gevlucht was en hoe de deur van het scheikunde-lokaal achter dezen was dicht geslagen, toen greep de directeur hem haastig bij den arm, rukte hem de leege gang in van het verlaten gebouw, en riep zenuwachtig:

— „Het laboratorium!... Ik dacht het wel!... Daar moet het geheim te vinden zij'n van al deze ondoorgrondelijke gebeurtenissen !"

En meteen was de directeur de gang doorgesneld, terwijl de oude conciërge hem zoo snel mogelijk achterna slofte. Voor de deur van het scheikunde-lokaal hielden beiden even stil. Slechts even aarzelde de directeur, de gevaarlijke deur aan te raken. Er was geen knop meer, dien hij kon omdraaien. Hij zette zijn schouders tegen de deur; Brigges duwde mee met al zijn kracht. En de hermetisch gesloten deur vloog eensklaps open.

Het scheikunde-lokaal was leeg; de schoolbanken stonden op hun gewone plaats; op de aanrechttafel wat glazen, retorten, reageerbuizen en fleschjes, waaraan niets bizonders te zien was, behalve dat er één gebroken lag. In het lokaal was hoegenaamd niets buitengewoons te bespeuren.

Een van de bovenramen stond open.

De directeur trad er op af; er was een weinig verf van de vensterbank gekrast; wellicht kdn iemand, die vlug en handig was, een niet volwassen man, een schooljongen, er door naar buiten zijn geklommen.

Op dit oogenblik zag de directeur van de H.B.S. aan den achterkant van het gebouw, hoe boven den steenen muur, die

Sluiten