Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar maal had Tobias zich al met een bevende stem hooren toevoegen: „U mag wel niet zoo onvoorzichtig loopen, jongeheer!... Straks overkomt u nog hetzelfde als al die stakkerds daarginds 1", — en daarbij wezen ze angstig achter zich in de richting van de Kalverstraat.

Tobias stoorde zich begrijpelijkerwijze weinig aan deze, voor hèm stellig niet geldende, waarschuwingen.

Zoo naderde hij den Dam.

Maar Tobias, die tot dusver de eenige was, die van het kleefstof-geheim wist, was niet van plan, met eenigen ophef zijn antikieefmiddel in de Kalverstraat te gaan toepassen. Hij wilde probeeren, de daar aangerichte ramp te herstellen zonder dat iemand er iets van bemerkte. Hoe hij dit tot stand zou brengen, wist hij nog niet! Doch hij meende wel een manier te zullen vinden, ongemerkt de gekleefde menschengroep te naderen, en ze te bevrijden, zonder dat zij daarbij iets bemerkten van zijn invloed.

Toen hij evenwel den Dam bereikt had, begreep hij dat de uitvoering van zijn plan nog op heel wat moeilijkheden zou stuiten. Want het groote plein leek wel een militair kamp. Het was een drukte en beweging, alsof Amsterdam in staat van beleg verkeerde.

Er waren daar slechts weinige burgers te zien; voor den Kalverstraat-ingang stond het twee of drie gelederen dik, doch het dubbele cordon soldaten en agenten had volstrekt geen moeite, dit troepje nieuwsgierigen terug te houden. Aan den anderen kant van de nauwe Kalverstraat had de overheid eenvoudig een soort barricade laten opwerpen met eenige schildwachten er op, om de nieuwsgierigen aan dien kant tegen te houden, terwijl de zijstégen. die links en rechts op de Kalverstraat uitkwamen, door eenige bereden manschappen van de politie of door huzaren versperd waren.

Eigenlijk waren al die voorzorgsmaatregelen overbodig, omdat het aantal menschen, dat daar bijeen was, om een kijkje te krijgen van het honderdtal vastgekleefde ongelukkigen, al heel weinig

Sluiten