Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingang van de smalle Kalverstraat een goed plaatsje vinden, om te zien welk akelig schouwspel zich op een afstand, van nog geen honderd meter van hem verwijderd, vertoonde.

Daar stond de menschengroep nog in dezelfde houding als den middag te voren, toen de eerste kleefverschijnselen zich vertoond hadden bij het in opgedirkt Zaterdagmiddag-toilet wandelende gezin van vader, moeder, twee dochters, een zoon en nog hef na-komertje daarbij. Deze ongelukkigen waren met moeite te onderscheiden in het midden van de groep; men zag nauwelijks

het pronkig-gebloemde vest van den vader; ook de reusachtigbeveerde hoed van de moeder wuifde haast niet meer, de stijfgestijfselde jurkjes van de meisjes leken wel slap en groezel te zijn geworden, zelfs de kaplaarzen van den drenzigen jongen glommen niet meer, en het jongste blèrende kindje kon al lang geen geluid meer geven.

Ook de andere menschen, die tot de groep behoorden, waren na hun wanhopig hulpgeschrei van den vorigen avond uitgeput; de lange, slapeloos doorgebrachte nacht had het laatste beetje

Sluiten