Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tobias wilde daarom probeeren, tot de bakkerij van den „Lunchroom" door te dringen. Langs den Kalverstraatkant was dit door de scherpe bewaking onmogelijk. Doch wanneer hij omliep door de Paleisstraat, zou hij wellicht door de Jonge-Roeien-steeg zijn doel kunnen bereiken.

Tobias liet er geen gras over groeien. Hij liep de Paleisstraat door, sloeg bij den N.Z. Voorburgwal links af. Aan het eind van de steeg zag hij de helmen van politieagenten, de geweren van soldaten. Doch zoover behoefde hij niet te wezen. Halverwege het nauwe steegje bevond zich de zij-ingang van de bakkerij. Er stonden wat menschen, die zich angstig en zenuwachtig verdrongen, huiverig, te ver door te dringen, maar toch nieuwsgierig om te willen weten wat er in die rampzalige Kalverstraat gebeurde. De deur van den „Lunchroom" stond open. Tobias zag daar binnen eenige bakkersgezellen in hun witte pakken, die druk bezig waren, een grooten korf te vullen met allerhanden smakelijke broodjes, belegd met verschillende vleeschwaren, worstsoorten, schijfjes ei, kaas en andere smakelijke dingen; ook werden er taartjes, dikke berliner bollen,gebakjes met vruchten en slagroom netjes ingelegd.

Zonder aarzelen stapte Tobias binnen. Niemand lette op hem, zoo druk was het personeel er bezig met het in orde maken van het overvloedige, smakelijke ontbijt voor de zoo beklagenswaardige slachtoffers in de Kalverstraat. De jongen deed, of hij hier argeloos binnen stapte, om er voor zich zelf een krentenbroodje of snoeperijtje te koopen. Zoo kon hip den korf naderen. Hij had vlug zijn hand in den broekzak gestoken, daarin flink rondgetast om zooveel mogelijk van de anti-kleefstof aan zijn vingers te krijgen; toen haalde hij zijn hand te voorschijn, strekte de uitgespreide vingers boven den vollen korf uit, liet er wat van het poeder in vallen.

Doch meteen hoorde hij een zware stem achter zich:

— „Kwajongen, wou je kadetjes gappen!... Maak datje den winkel uitkomt!"

Sluiten