Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In deze hoogst ernstige omstandigheden dacht niemand hier meer aan zijn naaste, omdat ieder te veel met zichzelf vervuld was. Elk der familieleden had zich in zijn eigen kamer terug getrokken, feitelijk gevangen, omdat er nu geen enkele deur meer was, die open ging. Beneden in de onder-verdieping bevonden zich de sidderende dienstboden, de een opgesloten in het waschhokje, de ander gevangen in de mangelkamer.

En weenen, of snikken, gillen of jammeren deden die ongelukkige, doodelijk beangstigde vrouwen daar in huis niet meer,

omdat zij daartoe de kracht niet meer bezaten, ook omdat alle redding uitgesloten scheen, nu zelfs de eenige mannelijke persoon in huis niet meer van den zolder terugkeerde.

De twee zusters, Cornelia en Fietje, lagen naast elkaar op een bed uitgestrekt, haar kleeren nog aan, omdat zij door de verstijving van armen en beenen onmogelijk bij machte waren geweest haar nachttoilet te maken. Trouwens, zij hadden niet gedacht aan slapen! Om beurten zouden zij de wacht hebben gehouden — zoo hadden ze afgesproken - de een bij Tante Drees, die er nog altijd even akelig sprakeloos te bed lag, de ander bij haar mama, die in haar gedwongen houding voor het raam van de voorkamer vastgekluisterd stond. Maar tot haar onuitsprekelijken

Sluiten