Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— «Mijn armen zijn allebei verstijfd!", zuchte Fietje zwak.

— „Mijn beide beenen zijn verlamd!", zuchtte Cornelia. Tobias was reeds op zijn zusters toegetreden. De twee meisjes

lagen daar beiden met gesloten oogen, zoo akelig en naar, dat iemand, die de aanstellerige maniertjes van deze beide jongejuffrouwen niet kende, gemeend zou hebben, dat daar twee uitgeputte, doodzieke wezentjes lagen. Maar allebei keken ze op dit oogenblik onder haar oogleden door. En zoo zagen ze, hoe haar broer zijn hand weer in den zak stak, haar weer te voorschijn haalde, en met gespreide vingers iets over hen scheen uit te strooien. Toch zagen beiden, dat zijn hand leeg was, zoodat de twee zusters eigenlijk overtuigd waren, dat hun broer daar maar zoo'n beetje in de lucht stond te goochelen.

Tobias had zich reeds omgedraaid en stapte op de deur toe. Maar vóór hij de kamer verlaten had, hoorde hij twee zwakke gilletjes achter zich. Zijn twee zusters hadden elk een gilletje geslaakt, want Fietje had eensklaps haar eenen arm weer kunnen optillen en ook haar anderen arm had ze kunnen bewegen, en Cornelia had in-eens haar eene been kunnen opbeuren en ook haar andere been had ze kunnen bewegen. En daarvan wafen de twee zusters toch zóó geschrikt, dat ze van louter ontsteltenis de dekens over haar hoofden hadden getrokken en allebei, gelijktijdig, even erg verschrikt, even aanstellerig, beiden een hoog kreetje, half van angst, half van blijdschap hadden uitgegild.

In de kamer daarnaast, waar haar mama den geheelen nacht eveneens wakend had doorgebracht, was evenwel het geluid van dit twee-stemmige gilletje doorgedrongen. Doch veel indruk had het op de ongelukkige vrouw niet gemaakt. Zij was te uitgeput, om zich nog ongerust te maken over deze nieuwe uiting van angst, die zij in de stemmen van haar beide dochters meende te hooren. Haar eigen lot was vreeslijk genoeg, en het ergste leek haar wel, dat zij zich niet verplaatsen kon, geketend als zij wel scheen in de eigenaardige houding, waarin zij zich bevond.

Sluiten