Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was eigenlijk om te lachen, maar de jongen lachte volstrekt niet. De zoon zag daar zijn vader in zulk een vreemdsoortige houding, dat hij er even ontdaan naar bleef kijken.

— „Help me opstaan!", riep de vertoornde vader op zijn bekenden ouden commando-toon. Hij lag met het zitvlak op den vloer, zijn beenen had hij over de vensterbank gestoken en zijn voeten staken buiten het raam. Er was geen twijfel aan, of de vader van Tobias lag daar, machteloos om zelf op te staan, on¬

verbreekbaar vastgehouden door de verschrikkelijke kleefstof aan den vloer, terwijl zijn beenen onbeweeglijk gekleefd waren aan de vensterbank, waarop Tobias zelf gestaan had, toen hij eenige uren geleden door het raam de vlucht had genomen voor zijn achtervolger. — „Allo, allo!", lag zijn

vader driftig te tieren; hij

bevond zich daar ook werkelijk in een zeer dwaze houding, en het gevoel van machteloosheid scheen zijn onbedaarlijke drift slechts heviger te prikkelen, zoodat hij met den wandelstok, dien hij nog altijd niet had kunnen loslaten, woedend om zich heen lag te zwaaien.

— „Als u even ophoudt met dien stok naar me te mikken, dan zal

ik u «phelpen, papa," sprak Tobias op den onderdanigen toon, die hem tegen zijn vader paste.

De vader scheen zich nog altijd geen rekenschap te hebben gegeven, dat al deze kleef-verschijnselen met elkaar in verband stonden en dat zijn zoon de schuldige aanleiding van de vele rampen moest zijn, waardoor hij hier nu zelf als slachtoffer aan grond en vensterbank gekleefd lag. Maar Tobias wachtte zich wel,

Sluiten