Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dit oogenblik kroop aan den achterkant van de barak een jongen uit de struiken te voorschijn. Er stond aan dien kanteen portier, die er uitsluitend op post was gezet, om te beletten, dat iemand het gebouw dichter dan tien meter naderde.

— „Hei!.,, zeg!... wat moet dat?'', riep hij op een verbiedenden toon naar den jongen.

Het was Tobias, die zonder veel moeite door den hoofdingang in het ziekenhuis was binnengekomen, tegelijk met de talrijke andere bezoekers, en die al gauw wist, waar zijn ongelukkige scheikunde-leeraar te vinden zou zijn; toen hij de drukke groep aan den voorkant van het gebouw gezien had, was hij er voorzichtig op af geloopen, en zoo druk was men aan het beraadslagen, dat niemand op den jongen gelet had. Maar Tobias had juist genoeg verstaan, om te weten, dat ze het over Dr. Stolp hadden en dat een van de heeren, een Franschman, het hoogste woord voerde. De jongen meende, dat hij het best zou doen, rond te loopen, en te trachten onopgemerkt langs den achterkant het gebouwtje binnen te dringen. Wel zag hij overal om de barak bordjes met afschrikwekkende opschriften, als:

GEVAARLIJK 1 ! STRENO VERBODEN TE NADEREN I I BLIJF UIT DEZE BUURT ! 11

Maar Tobias wist wel, dat zulke waarschuwingen niet voor hem golden, omdat hij nu eenmaal onaantastbaar was voor elk kleefgevaar.

Op de aanwezigheid van den bewaker aan den achterkant van de ziekenbarak had hij niet gerekend. Hij schrok er wel even van. Maar toch stapte hij kalm verder, alsof hij niets gehoord had. De portier keek daardoor op zijn beurt verwonderd. Had dat jongmensch al die waarschuwingsborden niet gelezen? Had die jongen niet gehoord, hoe hij hem riep? Was die dan niet bang voor het dreigend gevaar?

In-eens meende de bewaker te begrijpen I Die jonge man verstond geen Hollandsen; hij behoorde zeker bij den Franschen

Sluiten