Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit alles hielp niets!

Hij wist immers zelf maar al te goed, dat zijn zakken leeg waren, dat er geen kriezeltje kleefstof of anti-kleefstof meer te vinden was, om de eenvoudige reden, dat deze twee tegen-middelen elkaar geheel-en-al vernietigd hadden, elkaar langs scheikundigen weg hadden doen verdwijnen, dat de een den ander tot niets had teruggebracht.

En zoo volkomen waren alle sporen verdwenen van het bestaan van deze twee chemische producten, dat zelfs het boekje, waarin hun formules hadden geschreven gestaan, niet meer bestond, verscheurd tot honderd kleine snippertjes, die verbrand waren, daarna als asch door den wind meegevoerd.

Neen, niets was er meer over van deze wonderbaarlijke uitvinding!... niets! niets! niets!

En het schriklijkste was, dat de uitvinder zelf, na het eerste slachtoffer te zijn geweest van zijn kleefstof, bij gebreke aan de even wonderbaarlijke anti-kleefstof, nu voorbeschikt scheen te zijn, ten eeuwigen dage het slachtoffer van zijn eigen genie te moeten blijven!

Wie zou er ooit bij machte zijn, het geheim op te lossen van dè kleefstof, en daarnaast tegelijk de anti-kleefstof kunnen stellen als eenig afdoend tegenmiddel?

Handenwringend stond Tobias daar bij het bed van den dieprampzaligen scheikunde-leeraar, terwijl hij volkomen zijn onmacht voelde, dezen verstijfden man slechts één lid van zijn pink te doen bewegen.

Terwijl hij daar stond met dat wanhopig gevoel van volslagen hulpeloosheid,,.. daar dwarrelde een snippertje papier uit een van zijn mouwen op den grond. Eigenlijk lette hij er niet op. Doch in-eens herinnerde hij zich, dat het een snippertje moest zijn van het opschrijfboekje, dat de inspecteur van politie hem had bevolen te verscheuren, te verbranden, te vernietigen, opdat er niet het geringste spoor van zou overblijven. Blijkbaar was er toch één snippertje in zijn mouw gegleden.

Sluiten