Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zat Dr. Stolp reeds recht-op.

Tobias had dit alles sprakeloos van verbazing aangezien.

Was dit een nieuw wonder?

O, neen. Het moest een laatste uiting zijn van de geheimzinnige uitvinding!

Het snippertje papier was het laatste wat er was overgebleven van het aanteekenboekje: dit boekje had in zijn linkerzak gezeten, in den zelfden broekzak, waarin hij de anti-kleefstof had bewaard! En dit laatste overblijfsel van het aanteekenboek, juist het snippertje, waarop de naam van de anti-kleefstof, slechts het woord „Anti-Stolpulose" geschreven stond, had nog voldoende kracht gehad, Dr. Stolp te verlossen van de vreeslijke gevolgen van zijn „Stolpulose."

Tobias staarde zijn herleefden scheikunde-leeraar aan, zonder een woord te kunnen zeggen.

Toch begreep de jongen, dat er iets moest gebeuren!

Hij zag het aan de oogen van Dr. Stolp, waarvan hij de telkens wisselende uitdrukking wel goed kende. Hij had die oogen zien glinsteren van vroolijke blijdschap, toen de verstijfde geleerde daar weer los en lenig overeind was gekomen in zijn bed; hij had daarna de oogen zien verduisteren, alsof de scheikundeleeraar zich plotseling iets herinnerde.

— „Dat is waar ook!", klonk de wei-bekende stem van Dr. Stolp.

Tobias had een onwillekeurige beweging gemaakt, die aan schooljongens eigen is, wanneer zij zich schuldbewust voelen; hij had de schouders hoog opgetrokken, een hand hief hij haastig op ter bescherming van zijn ooren.

Maar dit kon hem niet meer helpen.

De rechtvaardige hand van den scheikunde-leeraar zweefde reeds boven het schuldige hoofd van den H.B.-scholier, die, als straf voor zijn achterlijkheid in de scheikunde, had moeten schoolblijven, en toen zoo ergerlijk had zitten knoeien.

En de kastijding, die Dr. Stolp reeds bij den aanvang van dit

Sluiten