Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een poosje moesten wachten op ons lokaaltje.

Maar nu de nuchtere werkelijkheid: het schokkend, fluitend, en zuchtend treintje wierp ons minachtend uit, met pak en zak, zoo maar tusschen de rails op een grindpad. En wat voor pakken 1 tien stuks handbagage; 't een al zwaarder dan 't ander. Wim had nog een schop en de tweeling ieder een paraplu, waarmee ze moedwillig aan iedereen een oog trachtten uit te pikken, 't geen, dank zij hun slecht mikken, niet lukte. Daar stonden we in een gierenden, kwaadaardigen Noord-Wester stormwind. En die is niet voor de poes, in 't Noorden van ons land, dat verzeker ik je. Een man met een handkar had onze groote koffers al opgeladen, wij wierpen hem met blijdschap onze tien lievelingen toe, die boven op de koffers schommelend, den tocht begonnen, 't Wandelen langs den grindweg werd een hijgend zwoegen vlak tegen den wind op, zoodat we dankbaar den zeedijk met „keurigonderhouden kruin" begroetten. Nu ging 'tnog al. We hadden wind langs zij en we vorderden

Sluiten