Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen de zoldering gekraakt te worden! Wat een deur I Wat een troostelooze groengeverfde lap hout om den heelen dag op te kijken als ze toe is Maar nu, goddank, staat ze open en ze hapt welwillend al die vrachtjes hooi naar binnen ! Ook de oude smid, die tegenover ons woont, effecten heeft, en van zijn rente kan leven, die den lieven langen dag niets anders doet, dan over zijn onderdeur hangen, — want de deuren zijn hier nog op zijn ouderwetsch in twee helften, ook al om de kou en den wind buiten te houden, — ook de oude smid heeft gemaaid; ik hoorde op een zonnigen morgen zijn zeis, uren lang. Dan zit hij op den rand van den regenput uitterusten en vertelt aan ieder, die 't hooren wil, dat 't „nu eens mooi weertje is." Ja, dat weêr, dat weet wat als je uit bent! Ten slotte werd iedereen die 't woord „regen" uitsprak, beboet met een cent. Wat al zuurtjes zijn er ingekocht, met die boete-centjes! Er waren er onder ons, Kris en Louis in het eerste gelid, die met voorbedachte rade het woord „regen" uitspraken, lou-

Sluiten