Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele broodjes te smeren, die meegaan op onzen tocht naar Hollum, maar eerst vertel ik jelui nog effentjes van onze avondwandeling, gisteren ondernomen. Je moet weten, we deelen deze kostelijke huizinge met een friesche familie, die onmiddellijk na aankomst, de friesche vlagheeft geheschen, schuine witte en schuine lichtblauwe banen met roode figuren er op gehecht. „Hier wonen echte Friezen" zeiden ze, „de Amelanders is maar half soort." Ze wandelen veel en men ziet ze al van verre, doordat de drie jongens evenals onze baron in het rood-baai gebroekt zijn. Gisteren avond waren we allemaal gewandeld naar 't Stormsein, je ziet 't op 't plaatje weergegeven. Eerst door de weilanden, waar de baron goede diensten deed als hekkensluiter, want al mag men vrijelijk overal loopen, men is gehouden de hekken voor den neus van het vee te sluiten. „Da's nog al wiedes" zei de jonge smid laatst en ik bemerkte, dat dit liefelijk woord, in zijn veel omvattende beteekenis, al burgerrecht had verkregen, zelfs op dit eiland.

Sluiten