Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jelui?) Langs de wei komen we in de binnenduinen en al gauw in een nieuwe aanplanting van dennenhout. O, wat stoven we hier lékker warm èn wat zingen de vogels hier! We hooren Steeds leeuwerikken boven ons hoofd en zien ze ook wel al dwarrelend dalen, net als een sneeuwvlokje doen kan, dat zoo genoegelijk van uit den hooge een plaatsje komt zoeken op onze morsige straten. Er zijn ook roodborstjes, grasmusschen en zwaluwen, laatst zag de tweeling in 't duin twee sperwers opvliegen; ze zochten naar het nest, maar vonden niets. Dat gebeurt wel eens meer; „zoeken" beteekent - nog niet altoos: „vinden," vooral als je een naald in 't duinzand verliest! En vliegen dat er waren in die aanplanting! geweldig, ze zaten op je warmen neus en kleverig voorhoofd; we deden onze zakdoeken met vier knoopen er in, op ons hoofd, maar het hielp niet veel. Het was in dat dennenbosch een beeld van het leven; voor- en tegenspoed, de lusten en lasten wogen tegen elkaar op. Ha, daar zijn we er uit; dankbaar

Sluiten