Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden" zei Kareltje bedrukt, „en wie komt me dan toedekken ?" „Juf zei Mia de oudste, die thuis was gebleven om een beetje engelsen te vossen, want daar was ze zwak in. „Juf, laten wij nu eens gaan fourageeren in Buren, wie weerkrijgen we daar geen eieren los." Zoo ge- ' zegd, zoo gedaan, Mia, Kareltje en ik togen er op uit, Mia ging bij den eenen boer vragen of er niet een paar eieren te koop waren voor een zieke : (want dat moeder ziek zou worden, stond bij Kareltje vast, en ons leek dit meteen een goed voorwendsel) en ik trok een stapje verder naar een andere boerderij. Zoo bedelden wij achttien schoone eieren bij elkander. Niet eens duur, voor zes cent het stuk. Eén boerin kon niet rekenen en wilde met alle geweld voor acht stuks nog zes cent boven de achtenveertig cent hebben, die we haar betaald hadden. Ze zond ons haar dochtertje achterna, maar het hoefde niet;ze kreeg niet één centje meer. Als zij dan niet rekenen kon, wij wel! En nu naar den bakker! Ja die had nog brood, d. w. z. roggebrood

Sluiten