Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder daverenden bijval werd dit nummer afgewerkt.

Toen kreeg zoowaar Wim, de oudste jongen die al zeventien is, naar ik meen, 't in zijn hoofd om Omkijkertje te spelen. „Juf doe mee" zei hij. En toen ik schudde van neen, herhaalde hij: „Juf, je doet mee, je hebt je roep op te houden van de aardigste juf, die we tot nu toe hadden en dus"

„Vooruit dan maar" riep ik en legde mijn maaskous op zij. Rouwig was ik daar juist niet om, Kareltje is een beste jongen, een lieve leuke vent, maar ik wou dat hij altijd zonder kousen liep!

Gelukkig doet hij 't nu ook, sinds 't weer verbeterd is, en de zon zijn teentjes stooft.

Wij stonden op een rijtje en Louis zou „UM" zijn. Daar moet je eens op letten; bij een spel, je kunt 't zoo gek niet verzinnen, is er altijd iemand „UM". De onbekende, de voornaamste, de gene om wien alles draait, „UM."

Louis was „UM" en al gauw beval hij aan

Sluiten