Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw deed een dutje, Michiel rookte een pijpje en keek naar zijn eigen vee, dat onder 't andere vee gemengd, door hem werd herkend en nageoogd. Waarom zou ik ook niet mijn gemak nemen ? En zoo sloot ik dan de oogen en hoorde vagelijk 't bruisen van de zee en 't klagen van de schapen, 't loeien van de kalveren, 't fluiten van de vogels en 't hinniken der paarden. Alles bij elkaar genoeg geluid, en toch een volmaakt slaapliedje voor een moe-gekeken en moe-gestoeid mensch. En zoo lagen we dan heel genoegelijk op 't warme zand tot dat Michiel met zijn roggebroodje de paarden verschalkte en ze weer in de touwen-leidsels bond. Nu ging het naar 't strand, langs 't steile duin tot bij den Slag en zoo met een forschen trek van de uitgeruste paarden, op 't strand, dat breeder was naar Amelander schatting, dan welk strand ook. De paarden hadden 't kwaad ; 't mulle zand eerst en nu 't weeke sponsachtige zand, dat de vloed zoo pas verlaten had. Alleen mevrouw mocht er op blijven, de rest moest zelf maar zien hoe ze

Sluiten